Onderzoek: “Competentiegericht opleiden in het mbo”

competentiegericht-mbo-kansen-risico1Via Onderwijs van Overmorgen kwam ik het onderzoeksrapport tegen van de inspectie met de titel: “Competentiegericht opleiden in het mbo – Kansen en Risico’s”. Het is in samenwerking met het “Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt” tot stand gekomen. Men heeft onderzoek gedaan middels een vragenlijst  onder contactpersonen van de experimentele opleidingen.

De belangrijkste vraag die de Inspectie zich heeft gesteld is: Krijgen de deelnemers in de experimentele opleidingen onderwijs van kwaliteit en op het juiste niveau en wat doen de onderwijsinstellingen om dat te waarborgen?

Deze vraagstelling is uiteengelegd in een aantal deelvragen:
1. Hoe is de vertaalslag gerealiseerd van het nieuwe kwalificatieprofiel naar de competentiegerichte opleiding?
2. Hoe is het onderwijs vormgegeven en waar zijn de vernieuwingen zichtbaar (pedagogisch/didactische aanpak, personeelsbeleid, bedrijfsvoering)?
3. Hoe staat het met de arbeidsnabijheid en de betrokkenheid van het regionale bedrijfsleven bij het nieuwe onderwijs?
4. Hoe wordt verantwoording afgelegd over de onderwijskundige vernieuwing? Wordt door de instelling geëvalueerd of de opleiding doelmatiger is en of de deelnemers de opleiding ook beter en leuker vinden?

Ik heb het doorgelezen, met in mijn achterhoofd “onderwijsbedrijfsvoering”. Vanuit andere perspectieven is er natuurlijk nog veel meer over te vertellen, maar ik focus me nu even op deelvraag 2.

Het rapport laat een beetje in het midden wat onder onderwijsbedrijfsvoering wordt verstaan. Uit de vraagstelling komt wel naar voren dat het gaat om de “organisatie van onderwijs” en niet het onderwijs zelf. Zaken die soms moelijk uit elkaar te trekken zijn, maar onderwijsbedrijfsvoering wordt daarmee aan de kant van de “randvoorwaarden” gezet. Wellicht het duidelijkst. Ook komt de term ‘onderwijslogistiek’ nauwelijks voor. Ook wellicht voor de duidelijkheid, zodat er geen verwarring met bedrijfsvoering ontstaat.

Mijn conclusies:

  • Integrale aanpak: Voor succesvolle CGO implementatie moet bedrijfsvoering onderdeel zijn van de integrale aanpak. Want: “Opleidingen die verder zijn met de ontwikkeling van het competentiegerichte onderwijs onderscheiden zich door een integrale aanpak.” Deze integrale aanpak bestaat o.a. uit “veranderingen in de bedrijfsvoering waaronder het beschikbaar komen van sturingsinformatie”. Interessant is hierbij de link tussen bedrijfsvoering en informatiemanagement. (blz. 6)
  • Aandachtspunt: Ook is bedrijfsvoering een aandachtspunt voor de toekomst: “Er zijn stappen vooruit gemaakt, maar dat neemt niet weg dat er nog veel te doen is om de ontwikkeling verder te brengen. Dan gaat het om uitbalanceren van variatie in werkvormen, meer verstevigen van structuur en diepgang, op orde brengen van de bedrijfsvoering en het vormgeven van een adequate relatie met het bedrijfsleven.” (blz. 7)
  • Afstemming: Het lijkt dat de onderwijsbedrijfsvoering nog veelal afgestemd is op old-skool modellen. Ook hier ineens een koppeling met applicaties en dus informatiemanagement. “Een ander verbeterpunt is de bedrijfsvoering van de instellingen. Deze is nog niet overal afgestemd op competentiegericht onderwijs. In het kwantitatieve onderzoek geven de contactpersonen in 2009 een vergelijkbaar beeld als in 2007. Uit het kwalitatieve onderzoek blijkt dat de bedrijfsvoering in de opleidingen die al een paar jaar ervaring hebben met cgo verbetert. Er lijkt verbetering op te treden in de ontwikkeling van voortgangs- en begeleidingssystemen van deelnemers. Toch geeft 44 procent van de deelnemers geeft aan dat er in de opleiding die zij volgen niet of nauwelijks een digitaal registratiesysteem is.” (blz. 30)
  • Succes: Succesvolle opleidingen kenmerkten zich o.a. door “Een aangepaste bedrijfsvoering gericht op het realiseren van de randvoorwaarden (o.a. inrichting van gebouwen en roosters, inzet van docenten en onderwijsondersteuners, aandacht voor voortgangsregistratie van deelnemers).” (blz. 32)
  • Diversiteit deelnemers: Veel contactpersonen gaven aan dat opleidingen niet afgestemd zijn op de diversiteit van de deelnemerspopulatie. “Opleidingen moeten hier nog een slag in maken, de bedrijfsvoering van de instellingen is hier nog onvoldoende op ingericht.” (blz. 41)
  • CGO kan niet zonder andere bedrijfsvoering! “Ruim een derde (38 procent) van de contactpersonen geeft aan dat de ontwikkeling van de experimentele opleidingen in tamelijk grote mate gepaard is gegaan met
    veranderingen in de bedrijfsvoering. In 2007 gaf een vijfde (22 procent) dit aan.”
    (blz. 64)

Al met al een rapport dat de moeite van het lezen waard is, ook vanuit andere perspectieven.

Eén reactie naar “Onderzoek: “Competentiegericht opleiden in het mbo””

  1. mboraad zegt:

    Hoi Joël,

    Ik lees net met zeer veel interesse je blog. Gezien de aard van PARELL is dit bij uitstek de geschikte plaats om dit soort onderwerpen eens extra in de aandacht te plaatsen.

    De eerstvolgende bijeenkomst van de Contactpersonen is op vrijdag 15 mei van 10.30 – 12.30 uur. De locatie is echter gewijzigd. De bijeenkomst zal in Amersfoort plaatsvinden.

    Er staan weer interessante onderwerpen op de agenda. Onder andere een presentatie van Plus Delta en van ROC Leiden. Tevens zal de voortgang van de aan- en afwezigheid worden besproken.

    Zodra de agenda definitief is, zal ik deze plaatsen op deze mooie website. Tot ziens op 15 mei!

Geef een reactie