mei 15, 2009
De presentatie werd verzorgd door Jan Berkhout, directeur Techniek van ROC Leiden en door Harry Gankema van KPC.
Enkele statements:
- Leereffecten zijn afhankelijk van toeval. Deze staat in hun model expliciet ook benoemd. Toeval biedt overigens ook kansen! Men vertrekt niet vanuit een bestaande situatie of organisatie.
- Wat wij vaak als toevallig ervaren is vaak onderdeel van ‘informeel’ leren of onderdeel van flexibilisering en maatwerk.
- In CGO de werkprocessen vormgeven binnen je school is ‘verarming’. De echte werkprocessen vinden binnen het bedrijf zelf plaats.
- Summatieve toetsen zijn eigenlijk ‘Argwaantoetsen’. Ze dienen niet voor feedback, je wilt gewoon achteraf weten wat er geleerd is.
- 70% van de kosten zit in didactische keuzes die professionals in het onderwijs maken.
Het model kent vier puzzelstukken: Toeval, Gedrag, Toetsing en Personeel. Vervolgens volgde een toelichting op de decompositie die nodig is voor de onderwijscatalogus. Dit werd op verschillende manieren getoond zodat je een ‘cafetaria-model’ of een ‘reisbureau-model’, krijgt. De presentatie ging snel, dus voor meer achtergronden: Financiële logistiek voor flexibel onderwijs.
Een interessante vond ik zelf wel het overzicht met gemiddelde prijzen van werkvormen op dia’s 19, 20 en 21. Dit leidt tot allerlei kengetallen. De bedoeling is om zo het financiële systeem te relateren aan didactische keuzes.
1 reactie |
Bijeenkomst Contactpersonen, Onderwijsbedrijfsvoering | getagged: KPC, presentatie, rekenmodel, ROC Leiden |
Permalink
Geplaatst door Joel Bruijn
mei 15, 2009
De presentatie werd verzorgd door Peter Bazen van De Eindhovense School, Hans van der Haar en Joris van de Lindeloof van Plus Delta. Zij ondersteunen bij de invoering om Six Sigma toe te passen binnen het onderwijs.
Eerst een korte intro:
Het framework is ontstaan binnen Motorola om fouten uit het productieproces te halen. Het kende veel statistische manieren om problemen op te lossen. Na verloop van tijd zijn andere industrieën dit gaan gebruiken, daarna ook financiële dienstverleners en gezondheidszorg. In het onderwijs wordt de methodiek nu ook bekend. De projectaanpak werkt volgens het DMAIC model.
De pilot binnen De Eindhovense School:
Men vertrok vanuit een rendementsprobleem (concreet een specifieke BOL opleiding binnen niveau 3 en 4). De norm van de inspectie werd niet gehaald. De oude rapportages kwamen altijd achteraf, gaven niet de werkelijkheid weer en waren niet eenduidig gedefinieerd. Het moest eenduidig, meetbaar en stuurbaar worden. Men is nu gekomen tot aan de “Analyse” fase:
Deze liet zien dat ruim 70 procent van de ongediplomeerde uitstroom al in het eerste leerjaar plaatsvindt. Een enquete onder de uitgestroomde studenten liet 3 hoofdoorzaken zien (leerprestaties, schoolkeus, verzuim) en daarnaast bleek er geen verband te zijn tussen de inschatting van de intake (of de opleiding boven het niveau van de student is) en de daadwerkelijke uitval.
Vragen en opmerkingen:
- Wat is de meerwaarde van Six Sigma t.o.v. de Deming cyclus (PDCA)? Six Sigma biedt meer aanknopingspunten in de ‘executie’ van de verbeteringen.
- De ‘data-gedreven’ analyse biedt in latere fases veel voordelen, omdat er sneller overeenstemming is over waar de focus van de verbeteringen moet liggen. In dit voorbeeld niet Intake maar juist het Exit proces.
- Één van de producten van de pilot is een ‘handboek’ voor teams om met deze methodiek aan de slag te gaan. Deze zal na afsluiting van het project ter beschikking komen.
De presentatie Six Sigma in het onderwijs bij deze.
Leave a Comment » |
Bijeenkomst Contactpersonen | getagged: kwaliteit, presentatie, six sigma |
Permalink
Geplaatst door Joel Bruijn
mei 4, 2009
Via Onderwijs van Overmorgen kwam ik het onderzoeksrapport tegen van de inspectie met de titel: “Competentiegericht opleiden in het mbo – Kansen en Risico’s”. Het is in samenwerking met het “Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt” tot stand gekomen. Men heeft onderzoek gedaan middels een vragenlijst onder contactpersonen van de experimentele opleidingen.
De belangrijkste vraag die de Inspectie zich heeft gesteld is: Krijgen de deelnemers in de experimentele opleidingen onderwijs van kwaliteit en op het juiste niveau en wat doen de onderwijsinstellingen om dat te waarborgen?
Deze vraagstelling is uiteengelegd in een aantal deelvragen:
1. Hoe is de vertaalslag gerealiseerd van het nieuwe kwalificatieprofiel naar de competentiegerichte opleiding?
2. Hoe is het onderwijs vormgegeven en waar zijn de vernieuwingen zichtbaar (pedagogisch/didactische aanpak, personeelsbeleid, bedrijfsvoering)?
3. Hoe staat het met de arbeidsnabijheid en de betrokkenheid van het regionale bedrijfsleven bij het nieuwe onderwijs?
4. Hoe wordt verantwoording afgelegd over de onderwijskundige vernieuwing? Wordt door de instelling geëvalueerd of de opleiding doelmatiger is en of de deelnemers de opleiding ook beter en leuker vinden?
Ik heb het doorgelezen, met in mijn achterhoofd “onderwijsbedrijfsvoering”. Vanuit andere perspectieven is er natuurlijk nog veel meer over te vertellen, maar ik focus me nu even op deelvraag 2.
Het rapport laat een beetje in het midden wat onder onderwijsbedrijfsvoering wordt verstaan. Uit de vraagstelling komt wel naar voren dat het gaat om de “organisatie van onderwijs” en niet het onderwijs zelf. Zaken die soms moelijk uit elkaar te trekken zijn, maar onderwijsbedrijfsvoering wordt daarmee aan de kant van de “randvoorwaarden” gezet. Wellicht het duidelijkst. Ook komt de term ‘onderwijslogistiek’ nauwelijks voor. Ook wellicht voor de duidelijkheid, zodat er geen verwarring met bedrijfsvoering ontstaat.
Mijn conclusies:
- Integrale aanpak: Voor succesvolle CGO implementatie moet bedrijfsvoering onderdeel zijn van de integrale aanpak. Want: “Opleidingen die verder zijn met de ontwikkeling van het competentiegerichte onderwijs onderscheiden zich door een integrale aanpak.” Deze integrale aanpak bestaat o.a. uit “veranderingen in de bedrijfsvoering waaronder het beschikbaar komen van sturingsinformatie”. Interessant is hierbij de link tussen bedrijfsvoering en informatiemanagement. (blz. 6)
- Aandachtspunt: Ook is bedrijfsvoering een aandachtspunt voor de toekomst: “Er zijn stappen vooruit gemaakt, maar dat neemt niet weg dat er nog veel te doen is om de ontwikkeling verder te brengen. Dan gaat het om uitbalanceren van variatie in werkvormen, meer verstevigen van structuur en diepgang, op orde brengen van de bedrijfsvoering en het vormgeven van een adequate relatie met het bedrijfsleven.” (blz. 7)
- Afstemming: Het lijkt dat de onderwijsbedrijfsvoering nog veelal afgestemd is op old-skool modellen. Ook hier ineens een koppeling met applicaties en dus informatiemanagement. “Een ander verbeterpunt is de bedrijfsvoering van de instellingen. Deze is nog niet overal afgestemd op competentiegericht onderwijs. In het kwantitatieve onderzoek geven de contactpersonen in 2009 een vergelijkbaar beeld als in 2007. Uit het kwalitatieve onderzoek blijkt dat de bedrijfsvoering in de opleidingen die al een paar jaar ervaring hebben met cgo verbetert. Er lijkt verbetering op te treden in de ontwikkeling van voortgangs- en begeleidingssystemen van deelnemers. Toch geeft 44 procent van de deelnemers geeft aan dat er in de opleiding die zij volgen niet of nauwelijks een digitaal registratiesysteem is.” (blz. 30)
- Succes: Succesvolle opleidingen kenmerkten zich o.a. door “Een aangepaste bedrijfsvoering gericht op het realiseren van de randvoorwaarden (o.a. inrichting van gebouwen en roosters, inzet van docenten en onderwijsondersteuners, aandacht voor voortgangsregistratie van deelnemers).” (blz. 32)
- Diversiteit deelnemers: Veel contactpersonen gaven aan dat opleidingen niet afgestemd zijn op de diversiteit van de deelnemerspopulatie. “Opleidingen moeten hier nog een slag in maken, de bedrijfsvoering van de instellingen is hier nog onvoldoende op ingericht.” (blz. 41)
- CGO kan niet zonder andere bedrijfsvoering! “Ruim een derde (38 procent) van de contactpersonen geeft aan dat de ontwikkeling van de experimentele opleidingen in tamelijk grote mate gepaard is gegaan met
veranderingen in de bedrijfsvoering. In 2007 gaf een vijfde (22 procent) dit aan.” (blz. 64)
Al met al een rapport dat de moeite van het lezen waard is, ook vanuit andere perspectieven.
1 reactie |
Onderwijsbedrijfsvoering | getagged: inspectie, Onderwijsbedrijfsvoering, onderzoek |
Permalink
Geplaatst door Joel Bruijn